Laminaat
Laminaat in algemene zin is een composiet plaatmateriaal dat uit
verschillende laagjes is opgebouwd, waarbij eigenschappen verkregen
worden die met enkelvoudige materialen niet verkregen kunnen worden.
Vloerbedekking
Laminaat als vloerbedekking. In de volksmond wordt de term gebruikt
voor een kunststof vloerbedekking die uit losse panelen bestaat. Het
is qua uiterlijk en eigenschappen enigszins vergelijkbaar met
parket.
Laminaat als vloerbedekking bestaat meestal uit drie tot vier lagen:
1.een kunststof onderlaag, meestal melamine;
2.een drager, over het algemeen High-Density Fibreboard;
3.een laagje bedrukt papier (over het algemeen bedrukt met een
houtstructuur);
4.een kunststof toplaag, meestal melamine versterkt met korund ofwel
aluminiumoxide.
We onderscheiden tegenwoordig vier typen laminaatvloeren:
1.HPL - High Pressured Laminate (opbouw zoals hierboven beschreven
met uitzondering van de toplaag; Deze bestaat uit meerdere
afzonderlijk geperste melaminelagen en is hierdoor stootvaster ofwel
beter bestand tegen vallende voorwerpen;
2.DPL - Direct Pressed Laminate (opbouw zoals boven beschreven);
3.CPL - Continious Pressed Laminate (opbouw zoals bij 1, echter
toplaag is iets dunner en wordt vanaf een rol aangebracht (en zorgt
voor een continu productieproces));
4.DLP - Direct Laminate Printing (hierbij ontbreekt in de opbouw de
bedrukte decorlaag. In plaats hiervan wordt de HDF dragerplaat
bedrukt en vervolgens afgewerkt met de toplaag).
De toplaag of 'slijtlaag' is bij goedkope producten meestal dun
waardoor de levensduur korter is. De kwaliteit van het laminaat
wordt vaak aangeduid met een nummer, tussen 21 en 34. Hoe hoger het
nummer, des te beter de kwaliteit:
Residentieel gebruik:
1.AC1 Klasse 21 Licht gebruik
2.AC2 Klasse 22 Normaal - Matig gebruik
3.AC3 Klasse 23 Intensief gebruik
Commercieel gebruik:
1.AC3 Klasse 31 Licht commercieel gebruik
2.AC4 Klasse 32 Normaal commercieel gebruik
3.AC5 Klasse 33 Intensief commercieel gebruik
4.AC6 Klasse 34 Zeer intensief commercieel gebruik
AC6 Klasse 34 is gericht op zeer intensief commercieel gebruik en
was tot kort geleden m.n. verkrijgbaar in HPL en recentelijk zijn er
ook een paar fabrikanten die deze kwaliteit leveren in DPL-variant.
Deze omschrijving komt uit de Europese Norm, EN 685 en DIN 18 365 (Bodenbelagsarbeiten).
In de regel wordt deze vloer los ("zwevend") van de ondervloer
geplaatst waarbij de delen onderling aan elkaar worden verbonden
door een klik- of een lijmverbinding. |
| |
Parket (vloerbedekking)
Parket is een vloerbedekking die bestaat uit houten delen in
verschillende formaten die in verschillende parketsystemen gelegd
kunnen worden. De afwerking van parket kan gebeuren door het hout te
lakken, in de was te zetten of te oliën.
Het meest verkochte parket is vandaag de dag lamelparket. Dit zijn
samengestelde delen of planken die vanaf de fabriek onbehandeld,
geolied of gelakt zijn. Hierdoor is veelal verdere afwerking thuis
niet nodig.
Tegenwoordig is er een enorme diversiteit aan uitvoeringen
beschikbaar. Zo onderscheiden we handgeschraapt, geborsteld,
gerookt, gebeitst etc.
Door de kruislings verlijmde lagen is de werking van lamelparket
minimaal. Dit is een groot voordeel ten opzichte van massieve
planken vloeren. Hout werkt echter altijd onder invloed van warmte
en vocht, dus is klimaatbeheersing (het op peil houden van de
relatieve luchtvochtigheid (RLV) en temperatuur) onontbeerlijk. |
| |
Tapijt
Een tapijtTapijt is een vloerbedekking die een bovenkant van textiel
(bijvoorbeeld wol, kunstgaren, katoen of sisal) heeft. De onderkant
is veelal gemaakt van jute, of een kunststof drager.
In het algemeen wordt met tapijt vloerbedekking bedoeld die
kamerbreed (van muur tot muur) is. Als echter over een tapijt wordt
gesproken (sinds rond 1900), dan wordt meestal een los kleed
bedoeld. De term vloerkleed kan zowel een los kleed als een tapijt
betekenen. Een losliggend vloerkleed wordt ook karpet genoemd.
Het woord tapijt is afkomstig van de Perzische woord tafta dat
geweven betekent. In het Proto-Indisch is dit woord "taxta" (van tax:
weven, werken), verwant met textiel.
Bekende tapijtsoorten zijn bijvoorbeeld het Aubussontapijt, Perzisch
tapijt, Kaukasisch tapijt, Turkmeens tapijt, berbertapijt en de
tapijten uit de (Franse) Manufactuur van Savonnerie.
Methoden van leggenEen tapijt kan worden gelegd door:
Lijmen op de vloer of op een speciale onderlaag.
Plakken met dubbelzijdig klevend plakband langs de randen; dit is
niet mogelijk bij grotere oppervlakken.
Nieten; vroeger werden kopspijkers gebruikt. Behalve voor trappen
wordt nieten weinig meer gebruikt. Dit komt vooral door de opkomst
van de betonvloer.
Vastzetten op spijkerlatten langs de randen van de kamer. Deze
latten worden op hun beurt op de vloer gelijmd of gespijkerd. Deze
spijkerlatten staan iets van de kant af, zodat de tapijtrand met
speciaal gereedschap om de spijkerlatten heen en tussen de plinten
en spijkerlat geduwd kan worden.Op dat moment spant men het tapijt
iets met een spanner. Daarom noemt men deze methode ook wel spannen.
Geheel los. Dit werkt goed bij kleinere vertrekken waarbij het
tapijt kamerbreed gelegd kan worden, dus zonder naden. Zeker wanneer
er voldoende meubilair (een bed, een kast) in de kamer staat, zal
het tapijt goed blijven liggen. Het tapijt kan zeer gemakkelijk weer
worden verwijderd, zonder lijmresten en zonder beschadiging. |
| |
Gordijn
Een gordijn is een doek dat wordt gebruikt om iets af te schermen of
te verbergen. Meestal worden gordijnen aan de binnenzijde van een
buitenraam opgehangen om nieuwsgierige blikken buiten te houden
(privacy) of/en als warmte-isolatie.
Het woord gordijn komt uit het Nederduits en het Nederlands en doet
zijn intrede in de 15e / 16e eeuw, aanvankelijk als benaming voor
een bedgordijn (voor de bedstede).
Gordijnen worden meestal uit textiel gemaakt. Vaak wordt een gordijn
gebruikt in combinatie met vitrage.
Doelom te voorkomen dat iemand van buiten naar binnen kijkt;
om te vermijden dat er licht in de ruimte valt;
om de akoestiek van de ruimte te verbeteren;
als isolatie;
of om het binnenshuis gezellig te maken wanneer het buiten donker
is.
Ophanging Gordijnen worden opgehangen aan een zogenaamde
gordijnroede met gordijnhaken. Dit maakt het mogelijk om de
gordijnen opzij te schuiven zodat ze zo min mogelijk raam bedekken,
en voor het raam te schuiven zodat het hele raam wordt bedekt. De
laatste gordijnhaak wordt vastgemaakt aan de eindstop zodat het
gordijn bij de muur blijft hangen. Gordijnen kunnen in twee delen
worden opgehangen, zodat de helft naar links en de helft naar rechts
schuift, maar ook komt het voor dat het hele gordijn aan één kant
wordt opgehangen.
Vaak gebeurt het open en dicht doen door de rand van het gordijn met
de hand te pakken, en het simpelweg opzij te trekken. Omdat hierbij
de stof vuil kan worden zijn er ook andere technieken: er bestaan
transparante glazen of plastic stokken die aan de laatste
gordijnhaak worden bevestigd, en waaraan men kan trekken zonder het
gordijn zelf aan te raken. Ook zijn er mechanieken met een touw dat
binnen de gordijnrail ligt, zodat men via een katrol aan de
buitenzijde het gordijn kan bewegen. Deze laatste mechanismen kunnen
ook worden gemotoriseerd.
Soms worden gordijnen alleen opgehangen naast het raam voor de
sfeer, en zijn ze niet bedoeld om te sluiten. In zo'n geval
ontbreekt vaak de gordijnrail, en kan ook het formaat van de
gordijnen ontoereikend zijn om het hele raam te bedekken.
Een compleet ander mechaniek wordt gevormd door een rolgordijn. Dit
betreft een rol die bovenaan het raam wordt bevestigd, en waar een
stuk stof of plastic is opgerold. Via een touwmechaniek aan de
zijkant, of een veermechaniek in combinatie met een touwtje in het
midden van het gordijn, kan dit worden afgerold en opgerold.
Gordijnen kunnen zeer verschillend zijn in de hoeveelheid licht die
ze tegenhouden. Voor een gordijn in een slaapkamer wordt vaak een
relatief zwaar, goed lichtdicht gordijn gebruikt.
Soorten
Gordijnen kunnen worden ingedeeld naar functie, techniek en
materiaal. Verschillende soorten zijn:
rolgordijn;
glasgordijn of vitrage; |
| |
Jaloezie (zonwering)
Een jaloezie is een soort zonwering.
Dit soort beschutting bestaat uit horizontale of verticale stroken,
die in verschillende breedtes te verkrijgen zijn, van aluminium,
kunststof of hout. Deze worden aan de binnenkant (in de dag) van een
kozijn opgehangen. Via een bedieningsketting, stang of koord kunnen
deze lamellen centraal bediend worden om de hoeveelheid licht die
doorgelaten wordt te regelen.
Het is ook mogelijk een jaloezie in een kozijn tussen twee
glasplaten (raam) te plaatsen. Hierdoor wordt de jaloezie niet vuil
(stof e.d.) en behoeft deze derhalve niet schoongemaakt te worden.
"Luxaflex" is een gedeponeerd handelsmerk van Hunter Douglas, hoewel
het in de volksmond als algemene term voor jaloezieën wordt
gebruikt. |